Patatje witte kaas en bergwandelingen in Bulgarije

Spijtig genoeg heb ik mijn – tot nu toe – favoriete land verlaten. Maar goed, nu ik andere contreien ga bezoeken, is het aan Bulgarije en wat ik daar beleefd heb om te bewijzen dat het gras daar écht groener is ten opzichte van de andere landen. Mijn laatste anderhalve week in het land van de koffieautomaten (zie mijn vorige verhaal) was zeer vermakelijk. De tweede bestemming was het meer van Batak, welke het derde grootste meer van Bulgarije is.

Patatje witte kaas, kebapche en Shopska salade

Sofia Skepleppel uit eten bij Lake Batak, Bulgarije: kebapche, Shopska salade en patat met witte kaas

Aan dit meer vond Sofia een camping, ‘Eco Camping Batak’. Door de vorige camping, waren haar verwachtingen wel wat hoog geworden. Jep, maar de Eco Camping was ook een mooie camping, maar het was er koud – als de zon er niet was, was ik gedwongen mijn herfsttenue uit de kast te halen – en in de nacht waren de buren aan het feesten. Al met al geen goede ingrediënten voor een fijn verblijf. Zodoende is het ei hier maar vier nachten gebleven. En in die vier dagen heeft ze er een uitje van gemaakt om om het meer heen te rollen, afgewisseld met de lift die ze kreeg van een stel fietsers. Achtendertig kilomter is wel wat ver om helemaal te rollen, zelfs met pauzes en gezouten pinda’s en chocolade.

Natuurlijk heeft Sofia ook weer genoten van het Bulgaarse eten. De Shopska salade mocht hierbij niet ontbreken en daarbij had ze kebapche en patat met witte kaas. Dat is typisch Bulgaars en dit past mij erg goed! In Nederland hebben we patat met mayo, maar och och och, met witte kaas erover heen gestrooid is het veel lekkerder. En dan hebben wij er nog een frikandel bij – u denkt nu vast, dat kan Bulgarije nooit overtreffen. Maar dat kan dit land wel degelijk, hoor! Kebapche, gegrilde worst van gehakt en kruiden, is minstens zo lekker als de Nederlandse snack kanjer. Zelfs als de Nederlandse kanjer speciaal gemaakt is met mayonaise, curry en uitjes? Oké, dan misschien niet, daar moet ik nog even op broeden.

En toen op naar de laatste bestemming in Bulgarije. Het Pirin gebergte, met als uitvalsbasis het stadje Bansko aan de voet van de bergen. Hier heeft Sofia de ‘Koncheto rigde’ getrotseerd: een bergkam met een gemiddelde hoogte van bijna drieduizend meter en zeer steile hellingen. De helling aan de ene kant is bijna verticaal; de helling aan de andere kant is iets minder steil, maar is wel achthonderd meter diep.

De Koncheto ridge op de achtergrond

Sofia Skepleppel met op de achtergrond de Koncheto ridge in het Pirin gebergte, Bulgarije

‘Koncheto’ betekent paard en deze naam hebben ze aan de bergkam gegeven omdat het op sommige plaatsen zo smal is, dat je er op kunt zitten zoals je op een paard zit: je benen bungelend aan de zijkant. Maar goed dat Sofia geen benen heeft, ze kon er nu in treinsnelvaart overheen rollen. Nee hoor, ik deed rustig aan, want het uitzicht was geweldig en hier wilde ik zoveel mogelijk van genieten. Gelukkig had het ei al wat ervaring met deze route. Ja, ik had ‘m al eens eerder gedaan. Toen hing er een wolk aan de ene kant van de berg en was het uitzicht nog spectaculairder: aan de ene kant zag je helemaal niks, alleen maar mist, en aan de andere kant een prachtig uitzicht. Heel mysterieus.
Na negen uren bereikte ze haar overnachtingspunt: de Yavorov-hut. Met twee kebapche, patat met witte kaas en koude komkommersoep kon ze heerlijk een stuk of tien uiltjes knappen.

Terug in Bansko zocht Sofia haar toevlucht in hotel ‘Trinity’, een hotel met zwembad, spa, sauna, uitzicht op de bergen en een luxe ontbijt. Niet helemaal Sofia haar stijl, maar stiekem toch wel lekker en op zich welverdiend na de bergtocht.