Het begin van de zoektocht

Het allereerste licht dat Sofia zag, was kunstmatig. Ze is uitgepoept door Carla de kip, in een legbatterij. Haar vader was Hille de haan, maar die heeft ze nooit ontmoet. Van haar moeder werd ze al snel gescheiden – die was alleen maar geïnteresseerd in het wachten op, en het eten van, het handje graan dat iedere dag de kooi werd ingeworpen en keek niet om naar haar pasgeboren ei. Bovendien belandde Sofia al snel op de lopende band: haar bestemming bleek de Coop.

In de supermarkt had ze op zich geen slecht leven. Maar altijd heeft er iets aan haar eidooier geknaagd. Terwijl haar vriendjes, vriendinnetjes en verwanten braaf speelden in de eierdoos, keek Sofia soms stiekem door de opening naar buiten. Dit was wel enigszins risicovol, want het was strikt verboden om ook maar een schil buiten de doos te steken. Maar het opperhoofd van deze doos lag veel te dutten en zo had Sofia geregeld vrij spel.

Met een tegenstrijdige blik loerde Sofia over de rand naar de buitenwereld. Enerzijds was ze gebiologeerd door alles wat ze zag – vooral dat schilderij in de verte. Op dit schilderij was een grasveld afgebeeld, omringd door bomen. En wat was dat gras groen! Was dat nou wat men altijd bedoelde met ‘het gras is elders groener’, vroeg Sofia zich dan af. Ze heeft het gevraagd aan haar mede-eieren, maar die keken haar alleen maar afkeurend aan. Die vonden Sofia maar een eigenaardig ei. Anderzijds voelde ze zich triest als ze naar buiten keek, want door de reactie van de anderen, had Sofia het gevoel gekregen dat dit het leven was: vertoeven in de doos en één keer per maand buurten met de eieren van de omliggende dozen. Ieder ander ei leek hiermee tevreden, maar Sofia niet, en hierdoor voelde ze zich erg eenzaam.

Er kwam een dag dat ze haar onrust, veroorzaakt door dat schilderij in de verte in combinatie met haar beteugelde nieuwsgierigheid, spuugzat was geworden. Ze besloot het roer om te gooien.

Op een vroege ochtend, toen iedereen nog sliep, sloop Sofia uit haar veilige, doch beklemmende onderkomen en vond een weg die haar uit de supermarkt leidde. Overvallen door vreugde toen ze de frisse lucht opsnoof en zag dat het vermeende schilderij levensecht was, rolde ze naar het grasveld toe. Hier zou ze het grote geluk, gevolgd door een euforisch blij gevoel, vinden, dacht ze.

In het gras kwam ze tot stilstand. Ze hief zich op en keek rond. Wachtte. En wachtte nog ietsje langer. De wind woei om haar schil, maar verder voelde ze niets. Geen euforie, geen gelukzalige gevoelens, geen verschil met hoe ze zich in de supermarkt voelde. Ze had het grasveld bereikt, maar misschien was het gras hier dan niet zo groen als ze dacht? Zou er nog groener gras bestaan? Vast wel, Sofia was vastberaden de plaats te vinden waar ze innerlijke rust en grote blijdschap zou ervaren. Ze deed haar hoed op, wierp haar rugzak op de rug, en vertrok, de wijde wereld in.

Sofia, succes!

Sofia, net uitgepoept door Carla de kip

Sofia Skepleppel, net uitgepoept in de legbatterij, de eerste keer dat ze licht ziet

In het eerste grasveld, hoe groen vindt u dit gras?

Sofia Skepleppel, eerste keer in het grasveld

Klaar voor de zoektocht!

Klaar voor de reis!